Afronding
Dames en heren, ik ga langzaam naar een afronding toe.
Wat is het antwoord op de drie vragen die ik aan het begin van de lezing stelde. De eerste vraag luidde: Wat is de betekenis van Lachmon voor Hindostanen? Mijn antwoord is dat Lachmon door de samenwerking met Creolen (NPS en PNP) heeft bijgedragen aan de maatschappelijke en politieke emancipatie van Hindostanen. Dat kwam tot uiting in de vertegenwoordiging van Hindostanen in het overheidsapparaat en in het stedelijk leven. Ik zeg met opzet niet ‘het economisch leven’, want het ondernemerschap van Hindostanen heeft zich onafhankelijk van de politieke ontwikkelingen ontplooid. Lachman was een bange politicus, maar had de moed om voor zijn idealen te staan. Die waren helaas beperkt. Misschien doe ik hem onrecht aan, maar veel verder dan rechtstaat, onderwijs en landbouw kwam hij niet. Het gevolg van de bangheid was dat hij zich nauwelijks involveerde met de gemeenschap die hij wilde vertegenwoordigen. Hij lette erg op zijn reputatie, hij wilde vooral neutraal zijn, boven de partij zweven, vooral niet ‘etnisch’ zijn, en een nationale rol spelen. Dat remde hem af om zich actief te bemoeien met de massa. Anders gezegd: hij heeft zich teveel ontkoppeld van zijn achterban en liep dus te ver voor de troepen uit.
De tweede vraag luidde: wat is de betekenis van Lachmon voor Suriname? Mijn antwoord is: Lachmon heeft in Suriname bijgedragen aan een politieke cultuur van compromissen sluiten en coalities aangaan. Maar een politieke erfenis kan je ook terzijde schuiven of verkwanselen. De NPK-kabinetten en NDP-regering hebben grote etnische groepen uitgesloten van regeringsdeelname en daarmee gedemonstreerd dat je ook zonder etnische coalities kan regeren. Lachmon’s erfenis van compromissen sluiten en ‘power-sharing’ vindt dus niet altijd navolging. Lachmon was meer betrokken bij het politieke bedrijf dan bij het dagelijkse leven van eenvoudige Hindostanen. Hij had geen visie op de sociaaleconomische toekomst van het land, hij interesseerde zich vooral voor de politiek en viel op door zijn formele en behoudende opstelling. Hoe graag hij ook een nationale rol wilde spelen, hij slaagde er niet in om een visie te ontwikkelen waarin alle etnische groepen een plaats kregen. Wat hij vanuit een nationaal perspectief wel gedaan is de Hindostaanse gemeenschap een gevoel van veiligheid en politieke identiteit geven. De vormgeving van die politieke veiligheid en identiteit is nauw verbonden met zijn leiderschap.
De derde vraag was: wat is de betekenis van Lachmon voor de politiek in plurale samenlevingen? Ik zie hier zijn grote politieke betekenis. Lachmon heeft het vraagstuk van leiderschap in plurale samenleving verpersoonlijkt. Zijn opstelling in de Surinaamse politiek heeft duidelijk gemaakt dat plooibaar leiderschap in plurale samenlevingen cruciaal is voor de politieke stabiliteit. Ongeacht de motieven van waaruit de plooibaarheid kwam, door zijn nadruk op het sluiten van compromissen en het volgen van rechtstatelijke procedures, heeft hij een flexibiliteit verwoord zonder welke politiekvoering in plurale samenleving, en überhaupt in elke democratische samenleving, zou vastlopen. Hiermee overstijgt zijn betekenis die van de Hindostaanse gemeenschap en van Suriname. Elke parlementaire democratie is gebaat bij de waarden en eigenschappen die Lachmon heeft uitgedragen, op straffe van het vastlopen van coalitievorming en besluitvorming. Dit vastlopen heeft Suriname ook gekend toen het tweede NPK-kabinet geen macht en welvaart wilde delen met de VHP. De arrogantie die zich toen meester maakte van de regerende partijen, heeft een gewelddadige militaire reactie uitgelokt. Het verdere verloop van de politieke geschiedenis is ons bekend.
Nog één laatste opmerking. Mijn analyse over Lachmon en de VHP heeft vooral aan het licht gebracht dat hij gepreoccupeerd was door de interraciale verhoudingen. Maar het is goed te onderstrepen dat Suriname geen raciale botsingen heeft gekend, ook niet in periodes van grote schaarste aan goederen en prijsstijgingen . Als Surinamers hebben gecrepeerd, dan was het vooral door economische ontwikkelingen. We hebben drie van dergelijke periodes gekend: de schaarste tijdens het militaire regime, wat het gevolg was van een politieke boycot die samenviel met een daling van de bauxietprijzen op de wereldmarkt; de IMF-interventie in de jaren negentig, wat het gevolg was van over lange termijn opgebouwde macro-economische onevenwichtigheden; en de huidige crisis, wat het resultaat is van een daling van grondstoffenprijzen, monetair wanbeleid, excessieve overheidsuitgaven, en grootschalige corruptie. ‘Elk nadeel hebt een voordeel’, zei een Nederlandse filosoof eens. De huidige crisis biedt de VHP een uitgelezen kans om een visie op de toekomst te ontwikkelen en de bevolking te overtuigen dat zij een reëel alternatief is. Dan komt die multi-etnische partij die Chan Santokhi zo graag heeft vanzelf van de grond. Want er is niets etnisch aan het lijden van de Surinaamse bevolking.
Ik dank u voor uw aandacht.
Ruben Gowricharn
















