Jagernath Lachmon Lezing

Hindostaanse habitus

U begrijpt dat het leiderschap in plurale samenlevingen van bijzonder groot belang is. Leiders moeten laveren tussen het groepsbelang waarop hun macht is gebaseerd, en het nationaal belang waar zij als bestuurder voor verantwoordelijk zijn. Een dergelijke dualiteit geldt ook voor westerse landen, dat wordt vaak vergeten. Elke politieke partij vertegenwoordigt een segment van de bevolking en dus een groepsbelang, of dat nu boeren, arbeiders, dierenliefhebbers, nationalisten, vrouwen of ouderen zijn. Tussen het groepsbelang en het nationaal belang kan er spanning optreden, maar dat hoeft niet per se. Deze dualiteit is algemeen en geldt voor elke democratie. Het bijzondere van een plurale samenleving is dat eventuele spanningen, etnische vormen kunnen aannemen. Als leiders in een plurale samenleving te voorzichtig zijn, dan behartigen zij de belangen van hun achterban onvoldoende; leggen zij de eigen groep in de watten, dan krijgen ze andere etnische groepen tegen zich en heb je een nationaal probleem. Dit is het algemeen vraagstuk waar het leiderschap in plurale samenlevingen zich voor geplaatst ziet.
Hindostanen tref je aan in twee categorieën plurale samenlevingen. In de eerste vormen zij een kleine of grote minderheid die formeel niet vertegenwoordigd is in ‘s-landsbestuur. Ik denk aan westerse landen als Canada, het VK, Australië, de VS en ook Nederland. Maar deze omstandigheid tref je ook aan in Zuid-Afrika en in tal van andere Afrikaanse en Aziatische landen. Hindostanen kunnen in deze landen als minderheid vertegenwoordigd zijn binnen in politieke partijen of eigen lobby’s hebben, maar hebben geen politieke partijen die hen vertegenwoordigen. Dat is wel het geval in de tweede categorie van landen zoals Guyana, Trinidad, Mauritius, Fiji en Suriname. Ik beperk me tot deze tweede categorie van landen omdat hier het leiderschap zoals hiervoor geschetst van belang is. Het belangrijkste kenmerk van de tweede categorie landen is dat Hindostanen zijn vertegenwoordigd via een politieke partij.

Als we ons beperken tot de landen met een Hindostaanse politieke partij zien we opvallende overeenkomsten én verschillen. Laat mij beginnen met de overeenkomsten. Hindostanen nemen – met uitzondering van Mauritius – in praktisch alle plurale samenlevingen een ondergeschikte positie in. Ik heb het over de politieke positie, niet de economische of culturele. Het duidelijkst is dat het geval in Fiji waar er een lange moeizame relatie bestaat tussen het leger en de Hindostaanse gemeenschap. In Guyana is deze politieke onderschikking eveneens een makkelijk te constateren feit, al is die soms alleen waarneembaar in het openbare leven, de nationale media en de publieke discussies. Dat leidt tot een duidelijke politieke hiërarchie van etnische groepen. Bestudering van de etnische botsingen in deze landen wijst uit dat Hindostanen aanzienlijk minder geweld gebruiken dan Creolen, minder offensief zijn, minder op hun strepen staan, en meer incasseren. Hun positie is niet alleen bepaald door wat Creolen doen, maar ook door hun attitude om een zelfverkozen ondergeschikte positie in te nemen. Zo hopen zij erger te voorkomen. In Guyana en Fiji heeft deze onderschikking geleid tot een rampzalige emigratie, wat weer sterke negatieve consequenties heeft voor de economie, het intellectueel kader, en de politieke kracht van deze gemeenschappen.

Was het Johannes Speckmann of Rudolf van Lier die eens zei dat Hindostanen conflict-mijdend zijn? Dat was een keurige formulering. Het kan ook worden vertaald als: Hindostanen zijn politiek laf of bang, in dit geval voor Creolen die in alle genoemde landen hun directe rivalen zijn. Als dat zo is, dan is de tweederangspositie van Hindostanen niet een kenmerk van het leiderschap, maar van de gemeenschap. En dat kenmerk is dan ook niet zozeer Surinaams, maar een eigenschap van alle Hindostanen in de genoemde landen. Dergelijke specifieke groepseigenschappen worden habiti genoemd. Dat is meervoud voor habitus, – een verzamelwoord voor geneigdheden, geïnternaliseerde actie en reactiepatronen die kenmerkend zijn voor het karakter van mensen. Deze geneigdheden zijn geen dwingende uitkomsten van gedrag, maar tendensen. Zij zijn ook terug te vinden bij individuen, maar toegepast op etnische groepen zou men kunnen spreken van een etnische habitus. Dat betekent dat andere etnische groepen een ander habitusprofiel hebben, al kunnen die overlappen.

De literatuur over Hindostanen overziende, aangevuld met waarnemingen en gesprekken met personen in verschillende maatschappelijke posities over een lange reeks van jaren, heb ik getracht de habitus van Hindostanen te typeren. Dan kom ik uit op kenmerken als: het vermijden van conflict, buigzaamheid, inschikkelijkheid, het incasseren van tegenslag (ook als die onverdiend is), en een geneigdheid tot het sluiten van compromissen. Begrijp dit goed: een habitus is een geneigdheid, een predispositie. Het wil niet zeggen dat elke individuele Hindostaan dit gedrag zal vertonen. In de geschiedenis van de Surinaams-Hindostaanse bevolkingsgroep zijn er bijna militante afsplitsingen geweest, bijvoorbeeld de Actiegroep die juist ageerde tegen de overheersing van de Creoolse dominantie die tot uiting kwam in het kiesstelsel en de nationale symbolen; en afsplitsingen van de
HPP in 1973 en de Basispartij voor Vernieuwing en Democratie – ik meen in 1996 – die zich om verschillende redenen tegen de VHP keerden.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
Vorig artikelShopping in Mumbai: transnational sociability from the Netherlands
Volgend artikelEén en Alleen | BLØF, featuring Droeh Nankoe