Lachmon had nog een lastige eigenschap, die voortkwam uit ofwel een gebrek aan visie, ofwel de roemruchte vrees voor Creolen. Dat was de angst om voor, wat nu wordt genoemd, ‘etnisch’ te worden uitgemaakt. Dat had een sluipende afbraak van Hindostaanse loyaliteiten tot gevolg. Deze kwestie heeft een lange geschiedenis, wat begon toen de NPS beweerde dat de ‘N’ in haar naam staat voor het ‘Nationale’, terwijl de VHP niets nationaals zou hebben. Het antwoord hierop is simpel: elke politieke partij, ook de NPS, vertegenwoordigt slechts een segment van de bevolking. Dat segment is een deel van de totale bevolking en dus deel van het nationale. De VHP is volgens deze redenering even nationaal als de NPS, ongeacht de naam die partijen dragen. Maar met zo’n argumentatie zou Lachmon in aanvaring komen met de Creolen. Dus wat doet hij? Hij dokt! En hij bleef dokken en zijn opvolgers hebben hem daarin gevolgd. Geen enkele VHP-leider heeft het gewaagd dergelijke exclusieve claims op de nationale identiteit, ook niet van latere politieke partijen als de PNR en de NDP, tegen te spreken. De angst zat in de VHP-genen en zit volgens mij daar nog.
Een belangrijke rechtvaardiging van deze angst is de riethalm ideologie. Deze ideologie is gebaseerd op de analogie dat tijdens een storm een stevige boom ontworteld raakt, terwijl een riethalm buigt en zich na afloop weer opricht. Toegeven is dus wijsheid, en het onderste uit de kan willen is destructief. Dankzij deze wijsheid zou Lachmon voorkomen hebben dat zich in Suriname dezelfde moorddadige taferelen hebben voorgedaan als in het buurland Guyana in de jaren zestig. Maar deze rechtvaardiging overtuigt mij niet.
Dit argument is breed gedragen in de Hindostaanse gemeenschap en daarom sta ik hier wat langer bij stil. Mijn eerste bezwaar tegen dit argument is dat er geen storm was in Suriname. Waarom zou je dan moeten buigen? De zwarte Creolen tijdens Pengel waren toen bondgenoten van de Hindostanen. Jazeker, er was straatmolest in Paramaribo, maar politiek waren Lachmon en Pengel maten. Door zijn nationale statuur stond Lachmon gevoelsmatig voor politieke veiligheid en heeft hij aanzienlijk heeft bijgedragen aan de vanzelfsprekende aanwezigheid van Hindostanen in Suriname. Hindostanen waren geen Aziaten die terug moesten gaan naar India, maar Surinamers. Hindostanen hadden de facto een Surinaamse politieke identiteit. Lachmon hoefde dus geen riethalm te spelen.
Een tweede argument tegen de riethalm-ideologie: hoe verklaar je dat de volgende twee generaties VHP-leiders dat gesprek over de plaats van Hindostanen in de Surinaamse natie ook uit de weg zijn gegaan? Dat kan toch niet gelegen hebben aan die niet-bestaande storm? Laten we aannemen dat er een storm is geweest die noodzaakte tot dokken. Heeft die storm soms drie generaties geduurd? Of zijn de leiders kromgegroeid omdat ze zo lang krom hebben gelegen? Ik hou het erop dat hier de Hindostaanse habitus overheerst. Dit gebrek aan politieke moed heeft het naar mijn inzicht mogelijk gemaakt dat partijen met een nationalistische retoriek de etnische politieke partijen konden overrulen.
Mijn derde tegenargument: stel dat ik ongelijk heb, dan nog is het de vraag of Suriname zou gaan lijken op Guyana. De verschillen tussen de twee landen zijn veel groter dan op het eerste gezicht lijkt. In Guyana waren Hindostanen en Creolen in die periode – en nog steeds – sterk gescheiden langs lijnen van stad en districten. Tussen deze groepen waren er niet alleen culturele en machtspolitieke tegenstellingen, maar ook economische. Een ander cruciaal verschil met Suriname was dat de socialistisch en nationalistisch geïnspireerde leiders betrokken waren in de koude oorlog. Hun politieke zetten werden sterk bepaald door buitenlandse mogendheden. Deze krachten waren niet aanwezig in Suriname. Ik twijfel daarom ook of de analogie met Guyana terecht is.
Lahmon’s habitus wordt soms verklaard met verwijzing naar de Ahimsa filosofie van Mahatma Gandhi. Volgens deze interpretatie zou Lachmon niet bang zijn, maar vredelievend. Het conflict mijdend gedrag zou van Mahatma Gandhi zijn overgenomen. Ik – geloof – daar – geen – fluit – van. Gandhi was geen bangerik, maar strijdbaar, hij mobiliseerde de massa tegen de Engelsen en stond in de frontlinie van de onafhankelijkheidsstrijd van India. Gandhi’s filosofie was juist de strijd aangaan, de confrontatie zoeken, met één belangrijk kenmerk: geen geweld gebruiken, de strijd geweldloos voeren. Dat voorbeeld is later nagevolgd door Martin Luther King in de Verenigde Staten en Nelson Mandela in Zuid-Afrika. Gandhi, King en Mandela zijn met hun mensen de straat opgegaan en hebben gestreden voor lotsverbetering. Dat geldt niet voor Jagernath Lachmon, die elke strijd en confrontatie schuwde. Het spijt me, maar ik vind elke relatie tussen Lachmon en Gandhi misplaatst en gezocht.
















