Jagernath Lachmon Lezing

Een vluchtige vergelijking met de leiders van Guyana en Trinidad leert dat het daar ook niet veel anders was. De leider van Guyanese Hindostanen, als ik Chedie Jagan zo mag noemen, had een blanke vrouw. Beide waren sterk verwesterd, propageerden het socialisme, en droegen niet bepaald de Hindostaanse cultuur uit. De Hindostaanse oppositieleider op Trinidad, Rudranath Capildeo, was eveneens met een niet Hindostaanse vrouw getrouwd. Zowel Jagan als Capildeo spraken Engels op podia, niet het gebroken Hindi waar we in Suriname zo verzot op zijn. Wat ik wil zeggen is dat het Hindostaanse leiderschap van het eerste uur sterk verwesterd of vercreoliseerd was en dat moest zijn om betrokken te raken bij ’s-Lands bestuur. Evenals deze leiders stond ook Lachmon voor de noodzaak om een emancipatiestrijd te voeren, maar hij miste de strijdvaardigheid en de felle oppositionele opstelling die zijn collega’s in de regio bezaten.
Ondanks een verregaande mate van creolisering, misschien moet ik zeggen: verstedelijking, wordt één van de vele draden door de geschiedenis van het VHP-leiderschap gevormd door het zogenoemd Creools gevaar. In eerdere studies heb ik betoogd dat de VHP een natuurlijk uitvloeisel was van de groepscohesie die in de koloniale tijd al vergevorderd was. De etnische partijvorming was hooguit een reactie op de poging van lichtgekleurde Creolen om hen uit te sluiten van het algemeen kiesrecht. Maar in die tijd – we praten over de periode 1945-1949 – waren zwarte Creolen geen machtsfactor, en ook geen bedreiging voor Hindostanen. Als dit waar is, dan had de etnische grondslag van de VHP niets te maken met een eventuele angst voor zwarte Creolen. Toch is dat argument tijdens de eerste en latere verkiezingen gehanteerd. De zwarte Creolen waren in die tijd bondgenoten in de verbroederingsperiode, pakweg midden jaren vijftig tot de tweede helft van de jaren zestig, daarna van 1969-1973, en na het herstel van de democratie, met uitzondering van één regeerperiode, van 1987 tot 2010. Deze lange verbroedering met Creolen lijkt nauwelijks te worden verdisconteerd in de politieke analyses. Het maakt in elk geval het argument dat er een Creools gevaar was in Suriname en dat Lachmon de beschermheer is geweest van Hindostanen, ongeloofwaardig. De politieke uitsluiting van Hindostanen begon pas tijdens de NPK-kabinetten en sinds de verkiezingen van 2010 tot nu.

Al ben ik het niet met hem eens, Lachmon geloofde wel in de noodzaak van verbroedering. Maar waarom moest er verbroederd worden? Het concept vooronderstelt een latent conflict en de bezwering daarvan, want alleen dan wordt begrijpelijk dat de ander ‘broeder moet worden’. En dat broederschap wilde Lachmon alleen aflezen aan machtsdeling. Deze oriëntatie op ‘power-sharing’ bracht Lachmon al in de jaren vijftig in de praktijk toen hij betoogde dat de VHP, hoewel hij de verkiezingen had verloren, als grote partij toch moest deelnemen aan de regering. De gouverneur moet gelachen hebben om bijzondere interpretatie van het constitutionele recht in Suriname, maar Lachmon is deze behoefte aan ‘power-sharing’ nooit kwijtgeraakt. Hij wilde dat anderen de macht met hem moesten delen en deelde zelf de macht met anderen waar hij kon.

Ik breng kort in herinnering wat de kenmerken zijn van de Hindostaanse habitus: het vermijden van conflict, buigzaamheid, inschikkelijkheid, het incasseren van tegenslag, en een geneigdheid tot het sluiten van compromissen. Als je het boek van Evert Gonesh over Lachmon leest, dan waren dit ook saillante eigenschappen van Jagernath Lachmon. Jules Sedney zou hieraan hebben toegevoegd: de angst voor Creolen. Hij schreef eens dat Lachmon hard was voor Hindostanen en bang voor Creolen. Dat was een opvallende uitspraak. Lachmon was in de omgang met Creolen open, zelfs joviaal, maar tegenover Hindostanen was hij bepaald geen prettig en toegankelijk mens. Hij was hooghartig, soms hatelijk, ook wraakzuchtig, hij kon geen kritiek hebben en klaagde vaak hij niet werd begrepen of gewaardeerd.

Deze kenmerken hebben belangrijke politieke gevolgen gehad. Een aanhoudend gevolg is de slechte communicatie tussen Hindostaans leiderschap en gemeenschap. Als er contact is, dan heeft die betrekking op een concrete wens, niet op het ontwikkelen van een visie op de toekomst van het land. Lachmon eiste gehoorzaamheid. Het is daarom geen toeval dat de VHP niet veel verder kwam dan het bepleitten van investeringen in de landbouw en onderwijs. Dat is merkwaardig omdat iedereen uit de landbouw vluchtte. En intellectuele input, zeker van mensen uit de diaspora, werd mondjesmaat op prijs gesteld, meestal afgeweerd.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
Vorig artikelShopping in Mumbai: transnational sociability from the Netherlands
Volgend artikelEén en Alleen | BLØF, featuring Droeh Nankoe