Van Lier toga overdrachtProf. dr.  Ruben Gowricharn sprak zijn oratie op 26 februari 2016 aan de VU uit in de toga van de eminente Surinaamse hoogleraar prof. dr. Rudolf van Lier (1914-1987). Gowricharn kreeg de toga van prof. dr. Louk de La Rive Box, die het na Van Lier’s overlijden had geërfd. Hieronder de rede die Box uitsprak ter gelegenheid van de overdracht.


In de verte ligt het land mijner geboorte
te blakeren in de zon

en riekt naar hout […]

Rudie van Lier, Ergens wonen

Enkele woorden bij een toga-overdracht

Louk Box[1]

Wie was Rudolf A.J. van Lier?

Wie was de man die in 1949 op 35 jarige leeftijd te Leiden buitengewoon hoogleraar werd in de sociologie en cultuurkunde van Suriname en de Nederlandse Antillen?

De man die op de kop af 60 jaar geleden een visionaire oratie uitsprak aan de Landbouwhogeschool Wageningen met als titel Sociale beweging in transculturatie: een wereldhistorisch probleem.

Wie was deze mede-grondlegger van de sociologie van niet-Westerse gebieden in Nederland?

De onlangs overleden Benno Galjart heeft hem ooit als volgt gekarakteriseerd:

Uiterst beminnelijk en zeer cynisch; aandachtig en vol jongensachtige branie; dichter en ex-directeur van een Planbureau […]; een typische intellectueel die naar Wageningen gaat omdat hem daar de kansen groter lijken om een op toepassing gerichte wetenschap te ontwikkelen; ijdel en iemand die zichzelf goed kende; makkelijk in de omgang en uiterst gesloten; vertrouwend op zijn flair en perfectionistisch; begaan met mensen en heel wel in staat om je in je eentje te laten modderen; een ‘family man’ die elk mooi meisje zag passeren.[2]

De opsomming kan makkelijk aangevuld worden met stellingen als: een volbloed Surinamer die gevierd werd in de kleine Nederlandse republiek der letteren; een historicus, die zich nooit veel gelegen liet liggen aan de voorbijsnellende wereldbeelden van sociologen.

Deze eigenaardige intellectueel werd in 1914 te Paramaribo geboren en vertrok op 15-jarige leeftijd naar Den Haag om er het gymnasium te volgen. Hij studeerde in Leiden geschiedenis bij Huizinga en Colenbrander, met als bijvakken culturele antropologie en sociologie. In 1949 promoveerde hij op Samenleving in een Grensgebied: Een sociaal-historische studie van Suriname. Het was zijn eerste boek en zou tegelijk zijn levenswerk worden. Het werd diverse malen herdrukt en vertaald in het Engels en vormde de reden voor zijn aanstelling in Leiden in hetzelfde jaar.

De aanstelling in Wageningen (1956) gaf hem de mogelijkheid om de sociologie dienstbaar te maken aan de praktijk van landbouwontwikkeling. Hij zag de nieuwe werkkring ‘geestelijk noch wat de werkzaamheden betreft [als] een breuk met Leiden.’ Integendeel: hij kon aldus een band vormen tussen de twee instellingen, die ‘zal bijdragen tot een vruchtbaar huwelijk tussen theoretische en toegepaste wetenschap’[3]. Daarbij gold als credo voor de student dat “Wie zich de wereldsituatie voor ogen stelt, en speciaal de niet-Westerse landen tot studieterrein heeft verkozen, voelt zich aangegrepen door het lot der mensheid. Hij wordt zich het menszijn als een tekort bewust dat hij alleen voor zichzelf aanvaardbaar kan maken door daadwerkelijk mede te arbeiden voor een betere toekomst.”[4]

Dit ‘menszijn’ of ‘mens-worden’ is ook het thema van Van Lier’s dichterschap dat goed beschreven is door zijn studievriend Max Nord. Hij stelt:

In Nederland een Surinamer, in Suriname een Nederlander, waarom niet in de wetenschap een dichter en in de literatuur een wetenschapper! Omdat ik geloof dat dit gevoel van buitenstaander zijn, toeschouwer, en tegelijk van betrokkene, een wezenlijk element van de dichter, de prozaïst, de intellectueel Van Lier is […]. [5]
Van Lier is een leven lang met het “Ken uzelve” bezig geweest […][6]

Deze unieke dichter-wetenschapper, deze permanente zwerver in zelfgeschapen grensgebieden, leerde ik in 1976 kennen als medewerker van de vakgroep Agrarische Sociologie NW van de Landbouwhogeschool. Het begon als u-zeggende jonge collega – het groeide uit tot een innige vriendschap. Bij mijn oratie aan de Universiteit Utrecht, enkele jaren na zijn dood, bood zijn gezin mij de toga aan die hij droeg in Leiden in 1950. Vele jaren heb ik deze academische mantel van een grondlegger van ons vakgebied met eer en overtuiging gedragen.

Nu kwam het moment om de toga aan een volgende generatie over te dragen. Na overleg met Van Lier’s kinderen besloot ik hem door te geven aan Rudie’s voormalige student Prof. Ruben Gowricharn ter gelegenheid van zijn oratie. Moge Prof. Gowricharn hem vele jaren dragen en de herinnering aan deze unieke Surinaamse Nederlander levend houden. Ik dank mijn vriend Rajendre Khargi, voorzitter van de Stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh, die mij attent maakte op deze mogelijkheid.

Ik besluit met fragmenten uit het gedicht Ergens wonen[7]:

Nergens meer thuis te zijn
niet in het uur, niet in het land,
geborgen was ik nimmer
maar thuis zijn ergens
bleef een gegeven mogelijkheid.
Waar zal ik wonen?

In de verte ligt het land mijner geboorte
te blakeren in de zon
en riekt naar hout,
een groot wijd land
met donkere rivieren,
maar de mensen, levend
op open plekken tussen de bossen,
wonen er te dicht op elkander
en dekken elkaar’s horizonnen af.

Ik zal er nog wel komen
en ook weer weggaan, mij losscheurend
van de houtgeur, de regengeluiden,
de onnaspeurlijke banen over de rivieren,
het stille beroep der armoede,

de doodwaartszuigende overgave
van buigzame vrouwen uit sluimer
ontwakend in ambergeur
in de late middagkoelte,
van zoveel droomvertrouwde dingen.

[1] Korte reden uitgesproken ter gelegenheid van een toga-overdracht aan Prof. R.Gowricharn op 26-2-2016 aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Louk Box is honorair hoogleraar internationale samenwerking aan de Universiteit Maastricht.

[2] B.F. Galjart ‘Van Lier als socioloog: een persoonlijke interpretatie’ in B.F.Galjart et al., “Een andere in een ander” Liber amicorum voor R.A.J. van Lier Leiden (ICA Publicatie 52): 11

[3] R.A.J. van Lier Sociale beweging in transculturatie: een wereldhistorisch probleem Den Haag (Martinus Nijhoff) 1956: 26

[4] Idem: 27

[5] M.Nord, ‘Het literaire leven van R.A.J. van Lier’ in B.F.Galjart et al., “Een andere in een ander” Liber amicorum voor R.A.J. van Lier Leiden (ICA Publicatie 52): 303

[6] Idem: 305

[7] in: Rudolf van Lier Rupturen Amsterdam (G.A. van Oorschot): 34-35