Jit Narain lezing door Lila Gobardhan

Nalatigheid onderwijzers
De school op Waterloo mislukte, omdat de koelies, volgens de inspecteur niet ingenomen waren met de onderwijzer. Ook de onderwijzers lieten het afweten. Op het voorblad van een lijst, waarin opgenomen zijn de namen van Brits-Indische kinderen die de koelieschool op Combé bezoeken, is aangetekend dat de koelieonderwijzer Ramharak de school erg verwaarloosde, waardoor de kinderen wegbleven. Later werd het een beetje beter en toen kwamen een 50 à 60 tal kinderen geregeld naar school. De onderwijzer moest zoveel mogelijk achterna gezeten worden.
De DC van het district Beneden-Commewijne schrijft in antwoord op een brief van de Agent-Generaal van 3 mei 1900 no. 496, dat bijna alle ouders van de kinderen van plantage Mariënburg zich over de onderwijzer beklaagden. De kinderen leerden niets op school. Ze moesten alleen maar werkjes doen, zoals brandhout kappen en koken. Een koelie, die belast was met het toezicht op de schoolgaande kinderen, bevestigde deze klacht. De onderwijzer ontkende echter pertinent de kinderen op schooltijden voor ander werk te hebben gebezigd. Ouders van schoolplichtige kinderen gaven te kennen dat zij hun kinderen om de hierbovengenoemde redenen niet naar school stuurden.

Volgens De Klerk was vóór 1940 en vooral in de eerste decennia der immigratie het kinderhuwelijk in zwang. Eén van de stoornissen in het schoolleven van de Annieschool voor Brits-Indische kinderen van de Evangelische Broeder Gemeente (EBG) waren deze kinderhuwelijken. Het sluiten werd met veel pronk en met nog meer schoolverzuim gevierd. Met de afkondiging van de huwelijksverordening van 1940 werd dit type huwelijk verboden.

In het Koloniaal Verslag van 1903 staat te lezen dat van de 830 kinderen van Brits- en Nederlands-Indische immigranten ongeveer 150 de koelie- en de gewone school bezochten.
In 1899 waren er koeliescholen op Mariënburg, Alliance, Zoelen en de Voorstad Combé. In 1900 telden deze scholen tezamen 155 leerlingen. Op 31 december 1905 werden de scholen “voor het onderwijs aan Britsch-Indische immigranten in hunne landstalen in de Voorstad Combé en op Zoelen” gesloten. Na de oprichting van de zogenaamde Annieschool in 1905, opende de EBG in 1907 een koelieschool in Nieuw Nickerie en in 1909 één nabij Paramaribo. De overheid ging er toe over op sommige openbare districtsscholen ook onderwijs te verzorgen in de “Hindostansche talen”. Ten slotte dient over het koelieonderwijs nog vermeld te worden, dat de Missie in 1916 twee scholen uitsluitend voor Brits-Indische kinderen exploiteerde: één op Livorno en één te Kronenburg, terwijl ook op andere scholen aan kinderen van Brits-Indiërs in hun taal catechismus onderricht werd gegeven.